Spring naar inhoud

Financieel gezonde organisatie

Inleiding

Financiële ratio’s ultimo 2025

    Norm
Eigen vermogen DAEB: 50,0%
N-DAEB: 61,4%
Solvabiliteitsratio
Aw/WSW
DAEB: >30%
N-DAEB: >30%
Vreemd vermogen DAEB: 53,7% / N-DAEB: 35,9%
Loan-to-value
Aw/WSW
DAEB: <70%
N-DAEB: <70%
Kasstromen DAEB: 1,43 / N-DAEB: 2,46
Interest Coverage Ratio
Aw/WSW
DAEB: >1,40
N-DAEB: >1,80
Onderpand DAEB: 36,1% / N-DAEB: 33,6%
Dekkingsratio
Aw/WSW
DAEB: <70%
N-DAEB: <70%
Duurzaam prestatiemodel DAEB: 0,66% / N-DAEB: 1,46%
Instandhouding Bestaand Bezit Ratio (IBBR)
Intern
DAEB: >1
N-DAEB: >1

Financieel ultimo 2025

Huuropbrengsten in miljoenen
(2024: € 286,6 miljoen)
€ 302,9
Huurderving
(2024: 1,8%)
2,1%
Kasstroom operationele activiteiten in miljoenen
(2024: € 42,6 miljoen)
€ 40,3
Leningenportefeuille in miljoenen
(2024: € 2.251 miljoen)
€ 2.295
Gemiddeld rentepercentage
(2024: 3,0%)
2,9%
Eigen vermogen in miljoenen
(2024: € 4.502 miljoen)
€ 4.998
Vastgoed in exploitatie in miljoenen
(2024: € 6.638 miljoen)
€ 7.327
Waardeverandering vastgoed in exploitatie
(2024: 9,0%)
10%
Waardeverandering vastgoed in exploitatie in miljoenen
(2024: € 476 miljoen)
€ 461
Beleidswaarde in miljoenen
(2024: € 4.292 miljoen)
€ 4.630

4.1Financiële strategie

Verantwoord investeren

We zijn een financieel gezonde organisatie en droegen in 2025 in regio Haaglanden veel bij aan betaalbaar, beschikbaar en duurzaam wonen. Dit deden we onder andere door passend toe te wijzen, nieuwe woningen te bouwen, zonnepanelen te plaatsen en woningen met energielabels E, F en G te verbeteren. We voelen ons verantwoordelijk voor al onze huurders en medewerkers en willen ook op lange termijn financieel gezond blijven. Daarom werken we aan een duurzaam prestatiemodel (DPM). Met dit model van Aedes zorgen we ervoor dat onze  inkomsten en uitgaven in balans komen, zodat we ook in de toekomst optimaal maatschappelijk kunnen presteren. Om een DPM te bereiken, willen we onder andere scherper zijn op kosten en investeringen en opbrengsten optimaliseren waar mogelijk.

Meerjarenraming 2026-2034

In november 2025 keurde de RvC de meerjarenraming 2026-2035 goed. Onze volkshuisvestelijke opgave en strengere duurzaamheidseisen vragen om meer investeringen. We kunnen dit niet volledig bekostigen uit onze operationele activiteiten. Daarom verwacht Staedion de komende jaren aanvullende externe financiering nodig te hebben. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) beoordeelt jaarlijks op basis van onze begrotingscijfers hoeveel we geborgd kunnen lenen (het borgingsplafond). Op dit moment zijn er geen belemmeringen voor het aantrekken van de  benodigde financiering. 

Bouwplaats van een gebouw met steigers en kleurrijke netten.

4.2Financiële ratio's

De Autoriteit woningcorporaties (Aw) en het WSW beoordelen woningcorporaties jaarlijks op basis van hun gezamenlijke beoordelingskader. Ze kijken naar de financiële continuïteit, het bedrijfsmodel en de effectiviteit van governance en de organisatie. Bij de financiële beoordeling onderzoeken ze of een corporatie op korte en lange termijn haar bezit kan behouden en haar maatschappelijke taak kan uitvoeren.

Financiële continuïteit

De beoordeling van financiële continuïteit richt zich op:

  • Liquiditeit (ICR): hoe goed Staedion op korte en middellange termijn genoeg kasstromen genereert om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Staedion hanteert daarnaast een eigen ratio, de IBBR (Instandhouding Bestaand Bezit Ratio).
  • Vermogen (LTV en solvabiliteit): in hoeverre Staedion nu en in de toekomst voldoende vermogen heeft om haar huidige verplichtingen en mogelijke risico’s op te vangen.

Discontinuïteit

De beoordeling van discontinuïteit kijkt naar:

  • Onderpand (dekkingsratio en onderpandratio): de mate waarin de waarde van het onderpand voldoende is om bij (dreigende) discontinuïteit aan de financiële verplichtingen te voldoen.

Duurzaam prestatiemodel

De Woningwet vereist dat zowel het DAEB-bedrijf als het niet-DAEB-bedrijf van een woningcorporatie zelfstandig financieel gezond en levensvatbaar zijn. De toezichthouder verlangt daarom een meerjarenbegroting van minimaal vijf jaar, tot en met 2030. In deze periode voldoet Staedion aan de financiële ratio's. WSW heeft aangegeven ook meer naar de tienjaarstermijn te kijken. Ook binnen deze periode voldoet Staedion, op basis van de huidige begroting en uitgangspunten, aan de financiële ratio’s.  

Om dit ook in de toekomst te blijven waarmaken, sturen we op een duurzaam prestatiemodel (DPM). Tot op heden gaat Staedion uit van de IBBR om de financiële stabiliteit te borgen. In 2026 werkt Staedion toe naar het DPM van Aedes. Staedion zet vol in op het realiseren van haar ambities. Op lange termijn zien we een disbalans tussen ambities en middelen. Realisatie van al onze volkshuisvestelijke ambities én een DPM gaan op de lange termijn niet samen. 

We hebben de afgelopen jaren, volgens de Aedes-benchmark 2025, 10% meer uitgegeven aan instandhouding dan vergelijkbare corporaties. De grote uitgaven in instandhouding vanaf 2031 komen voor een belangrijk deel uit de verduurzamingsopgave. In het model van Aedes zijn dit volkshuisvestelijke opgaven en geen instandhouding. Het invullen van de volkshuisvestelijke opgave is volgens het Aedesmodel een collectieve verantwoordelijkheid van alle corporaties samen. Dit betekent dat Staedion door middel van solidariteit en/of projectsteun van andere corporaties de volkshuisvestelijke opgave zou kunnen realiseren, met de aanname dat de gezamenlijke middelen van corporaties voldoende zijn voor de gezamenlijke opgave.

De financiële ratio’s van 2025 zijn opgenomen in de kerncijfers van dit bestuursverslag. 

Daarin valt op dat de ICR in het DAEB-bedrijf over 2025 uitkomt op 1,43. Dit ligt dicht bij de grenswaarde van 1,4 en is 0,25 lager dan begroot. De belangrijkste oorzaken zijn: 

  • Hogere onderhoudsuitgaven dan begroot (lagere ICR van 0,06). Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de timing van de uitgaven.  
  • Hogere overige bedrijfsuitgaven dan begroot (lagere ICR van 0,13). Dit wordt veroorzaakt door hogere uitgaven externe inhuur personeel (zie hierna voor interne personeelskosten) en hogere uitgaven in verband met het governance onderzoek en andere externe advieskosten. 
  • Hogere uitgaven voor de vennootschapsbelasting (lagere ICR van 0,15) als gevolg van een aanvullende voorlopige aanslag 2024 die in 2025 is betaald.
  • Lagere ICR ten opzichte van de begroting (0,09) door de niet uitgegeven, begrote obligoheffing van WSW en de lagere interne personele kosten. 

Staedion heeft een analyse gedaan om de impact van de hogere uitgaven te bepalen op de ratio’s van de komende jaren. Hierbij is een worst-case scenario gehanteerd op basis van de meest recente cijfers. Vanuit deze analyse blijkt dat Staedion de komende vijf jaar voor zowel het DAEB- als het niet-DAEB-bedrijf binnen de grenswaarde van de ICR blijft en daarmee blijft voldoen aan de eisen van de toezichthouder. Staedion heeft acties in gang gezet, maatregelen genomen om de ICR gedurende het jaar goed en frequenter te (blijven) monitoren. 

Illustratie van mensen die buitenactiviteiten ondernemen in een stadsomgeving.

4.3Financiële instrumenten en risicobeheersing

De financieringsstrategie, het treasurystatuut en het reglement financieel beleid en beheer vormen de belangrijkste kaders voor het beheer van Staedions financiële middelen, posities en risico’s. Deze kaders worden jaarlijks uitgewerkt in een treasuryjaarplan waarin ook de dekking van de begrote financieringsbehoefte nader is ingevuld.

Voor het aangaan van leningen en andere transacties stelt de treasurer transactievoorstellen op, die de treasurer uitvoert na goedkeuring door de directeur Financiën, Bedrijfsvoering & ICT. Na uitvoering wordt de transactie verantwoord in een transactieverslag. 

Renterisico

Staedion loopt op meerdere manieren renterisico. Leningen in de huidige portefeuille moeten aan het einde van de looptijd worden geherfinancierd en sommigen hebben tijdens de looptijd een of meerdere renteherzieningen. Daarnaast moeten in de toekomst leningen worden aangetrokken voor nieuwe investeringen. Om grote stijgingen in de totale rentelasten te beperken, spreidt Staedion de momenten van renteherziening en aflossing in haar leningenportefeuille. Volgens de normen van WSW heeft Staedion een laag renterisico op de bestaande leningenportefeuille. 

Renteswaps en hedgestrategie

Om renterisico’s te beperken, heeft Staedion in het verleden rentederivaten afgesloten in de vorm van payer swaps. Deze swaps zijn allemaal gekoppeld aan roll-overleningen met dezelfde kenmerken (hoofdsom, rentevervaldata en looptijd), waardoor het renterisico van deze leningen volledig is afgedekt. Daardoor mag Staedion kostprijshedge-accounting toepassen op basis van individuele hedge-relaties: marktwaardeveranderingen van de swaps hebben geen directe invloed op de resultatenrekening.

In 2025 liep een swap en de bijbehorende lening af. Daarnaast zette Staedion een swap van € 25 miljoen en de onderliggende variabel rentende lening om in een vastrentende lening met dezelfde hoofdsom en looptijd. Eind 2025 heeft Staedion nog vier payer swaps met looptijden die eindigen op verschillende momenten tussen juli 2027 en juli 2061. Deze swaps hebben een totale hoofdsom van € 95 miljoen en zijn verdeeld over ABN AMRO en BNG Bank.

Marktwaarderisico derivaten

De swaps bij ABN AMRO kennen een verplichting tot onderpandstorting (collateral) bij een negatieve marktwaarde. In het verleden, bij een veel grotere derivatenportefeuille, is de maximale storting contractueel vastgelegd op € 59,25 miljoen. Maar zelfs bij een rentedaling met 3% bedraagt het onderpand niet meer dan ongeveer € 10 miljoen. Om een dergelijke rentedaling te kunnen opvangen, houdt Staedion liquiditeit aan buiten de cashpool.  

Illustratie van een man in overall die een muur schildert met een verfroller.

Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico van Staedion is beperkt. Wekelijkse en maandelijkse prognoses maken eventuele liquiditeitsbehoeften tijdig zichtbaar. WSW heeft voldoende borgingsruimte afgegeven om de begrote DAEB-investeringen te kunnen financieren. Naast de beschikbare liquiditeit heeft Staedion een rekening-courantfaciliteit van € 25 miljoen bij ING om incidentele tekorten op te vangen en een kredietfaciliteit van € 75 miljoen bij ING voor niet-DAEB-investeringen. Door een cashpool kan Staedion de totale liquiditeit van Stichting Staedion en Staedion Vastgoed Holding BV beheren, in plaats van voor elke entiteit apart. 

4.4Fiscale toelichting bestuursverslag 2025

Fiscaliteit speelt een steeds grotere rol binnen Staedion, mede door de toenemende belastingdruk. In deze paragraaf lichten we de belangrijkste fiscale onderwerpen toe, zoals de beheersing van fiscale processen en risico’s, en wijzigingen in wet- en regelgeving. De fiscale positie over 2025 en de belastingdruk worden toegelicht in paragraaf 45 Belastingen van de jaarrekening 2025. 

4.4.1 Fiscaal statuut

Staedion heeft een fiscaal statuut opgesteld en vastgesteld. Dit statuut legt de kaders, randvoorwaarden en uitgangspunten vast met betrekking tot de fiscale visie, het fiscale beleid, de fiscale processen en de organisatie- en informatiestructuur rondom fiscaliteit. Daarnaast biedt het duidelijkheid over de verantwoordelijkheden, taken, bevoegdheden en verantwoording. Het fiscaal statuut moet worden gevolgd bij alle handelingen en processen waarbij fiscaliteit een rol speelt of kan spelen. 

Het fiscaal statuut staat niet op zichzelf, maar moet in samenhang met de fiscale visie en het fiscale beleid worden beschouwd. Het beleid bepaalt wat Staedion wil bereiken, terwijl het statuut de kaders schept waarbinnen gehandeld moet worden. Het dient als beheers-, sturings-, beslis- en controle-instrument. Het statuut is geen statisch of allesomvattend document. Veranderingen in strategie, beleid, bedrijfsvoering of wetgeving kunnen aanleiding geven tot aanpassing.

4.4.2 Fiscale visie en strategie

De fiscale visie van Staedion sluit aan bij de bedrijfsvisie en stelt dat fiscaliteit een afgeleide is van de volkshuisvestelijke doelstelling. Binnen deze kaders wordt optimaal gebruikgemaakt van fiscale mogelijkheden in openheid naar de Belastingdienst. De gerealiseerde besparingen worden ingezet voor volkshuisvestelijke doelen zoals investeringen in bestaand bezit of de ontwikkeling van nieuwbouw. 

Staedion onderbouwt fiscale standpunten met technische argumenten of feitelijke kwalificaties, zodat deze pleitbaar en verdedigbaar zijn. Het uitgangspunt is dat een pleitbaar standpunt minimaal 50% kans van slagen heeft en dat het belastingdossier een financiële impact heeft van ten minste € 250.000 (materialiteitsgrens). De fiscale strategie is gebaseerd op transparantie richting de fiscus, een adequaat beheersingssysteem en een lange termijnbenadering.

4.4.3 Fiscaal beleid

Het fiscale beleid vormt een integraal onderdeel van het algemene beleid van Staedion en is in lijn met de fiscale visie en strategie. De belangrijkste fiscale operationele doelstellingen zijn: 

  • voldoen aan en waarborgen van fiscale verplichtingen 
  • minimaliseren van fiscale risico’s en signaleren van fiscale kansen 
  • optimaliseren van implementatie, uitvoering en handhaving van fiscaliteit 
  • inrichten van de organisatie om strategische fiscale keuzes te maken en hiernaar te handelen 
  • waarborgen van voldoende fiscale kennis binnen de organisatie 
  • herbeoordeling van fiscale uitgangspunten bij beleids- en wetgevingswijzigingen 
  • streven naar het minimaliseren van fiscale lasten, binnen wettelijke kaders 
  • controleren van de uitvoering van fiscale uitgangspunten
  • minimaal één keer per jaar overleg met de externe fiscaal adviseur

4.4.4 Fiscale organisatie en risicobeheersing

Binnen Staedion vindt besluitvorming over fiscaliteit of met fiscale raakvlakken plaats op verschillende niveaus en in diverse processen. Dit vereist een gestructureerde en verantwoorde aanpak. Daarom hanteren we een afwegingskader en een besliskader. 

Het afwegingskader richt zich op de totstandkoming van besluiten. Dit omvat een inventarisatie van de fiscale kwestie, de probleemstelling, mogelijke oplossingen en alternatieven, en de relevante overwegingen en criteria. Bij beslissingen met fiscale impact wegen we criteria als financiële, organisatorische en maatschappelijke impact, transparantie en duurzaamheidsambitie mee. We volgen hierbij richtlijnen zoals zorgvuldige formulering en vastlegging en het inwinnen van extern advies indien nodig. 

Bij beslissingen waarin Staedion binnen de wet- en regelgeving een standpunt kan innemen, worden de afwegingscriteria gewogen en gewaardeerd. Dit leidt tot een onderbouwde standpuntbepaling. Beslissingen die fiscale gevolgen hebben voor het bestuur en/of de RvC, met name in het kader van de Wet normering topinkomens (WNT) en de integrale werkgeversrol, worden altijd voorzien van extern fiscaal advies. 

Verschillende operationele activiteiten binnen Staedion hebben een fiscale component of kunnen die in de toekomst krijgen. Het is daarom essentieel om hier goed inzicht in te hebben. Per proces wordt in kaart gebracht welke fiscale kwesties spelen, welke procedures gevolgd moeten worden, wie verantwoordelijk is en hoe vastlegging en controle plaatsvinden. Staedion heeft deze fiscale aandachtspunten geborgd in de processen rondom diverse fiscale aangiften. 

De organisatiestructuur is zo ingericht dat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is en welke bevoegdheden daarbij horen. In het fiscaal statuut is vastgelegd hoe deze verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn verdeeld.

Illustratie van een oudere man met rollator in gesprek met twee zittende vrouwen op een bank.

4.4.5 Horizontaal toezicht en relatie met de Belastingdienst

Bij horizontaal toezicht is een goede samenwerking tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst essentieel. Dit betekent dat er duidelijke afspraken worden gemaakt met alle betrokken partijen in het proces van fiscale aangiften. Deze afspraken worden vastgelegd in een individueel convenant horizontaal toezicht, gebaseerd op transparantie, begrip en wederzijds vertrouwen. Het doel is om voldoende aandacht te hebben voor fiscale beheersing binnen de organisatie (tax control framework). 

Staedion heeft geen individueel convenant horizontaal toezicht met de Belastingdienst afgesloten en beschikt niet over een tax control framework. Dit sluit echter niet uit dat dit in de toekomst kan veranderen of verplicht wordt gesteld. In de praktijk handelt Staedion al volgens de uitgangspunten van een convenant: fiscale kwesties met grote financiële impact worden eerlijk en transparant afgestemd met de Belastingdienst voordat ze in een fiscale aangifte worden opgenomen. 

Staedion heeft regelmatig overleg met haar klantcoördinator bij de Belastingdienst om actuele ontwikkelingen en de status van fiscale dossiers te bespreken. De communicatie is informeel en transparant, wat door de Belastingdienst wordt gewaardeerd.  

Belangrijke fiscale onderwerpen met een groot financieel belang worden vooraf afgestemd met de Belastingdienst om zekerheid te verkrijgen en discussies achteraf te voorkomen. De samenwerking verloopt goed en er lopen momenteel geen geschillen of onderzoeken. Het vooroverleg met de Belastingdienst over de vorming van een fiscale onderhoudsvoorziening in de aangifte vennootschapsbelasting 2018 is in december 2025 met goed resultaat afgerond.

4.4.6 Opzegging vaststellingsovereenkomst (VSO 2) vennootschapsbelasting

Sinds 1 januari 2008 valt Staedion met al haar activiteiten onder de vennootschapsbelasting. Voorheen gold dit alleen voor commerciële activiteiten. Staedion heeft de VSO 2 ondertekend, een afspraak met de Belastingdienst over de fiscale behandeling. De VSO 2 had een looptijd tot en met 31 december 2012 en werd daarna jaarlijks stilzwijgend verlengd, tenzij een van de partijen vóór 1 december opzegde. 

De Belastingdienst heeft per brief laten weten dat de VSO 2 met ingang van 1 januari 2023 is opgezegd. Staedion ontving deze brief op 10 november 2022 per aangetekende post. Een groot deel van de bepalingen uit VSO 2 betrof de vaststelling van de fiscale openingsbalans per 1 januari 2008 en is niet meer relevant voor de boekjaren vanaf 2023. Sommige bepalingen blijven echter van belang. 

Tot op heden heeft Staedion nog geen (financiële) gevolgen ondervonden van de opzegging van de VSO 2, omdat er over veel onderwerpen nog afstemming met de Belastingdienst plaatsvindt.

4.4.7 Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Per 31 december 2023 is de Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2) ingegaan. Deze wet heeft gevolgen voor de verwerking en toelichting van nieuwe belastingregels voor rechtspersonen die onderdeel zijn van een grote groep met een (geconsolideerde) groepsomzet van ten minste € 750 miljoen. De Pillar 2-belastingregels zorgen ervoor dat grote ondernemingen, zowel multinationals als Nederlandse groepen, een minimumtarief van 15% belasting betalen over hun inkomsten in de jurisdicties waar ze actief zijn. 

Staedion had in de boekjaren 2020, 2021, 2024 en 2025 een groepsomzet in Nederland – inclusief waardeveranderingen – van meer dan € 750 miljoen en valt daarmee onder de reikwijdte van de Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2). De eventueel aanvullende belasting die Staedion verschuldigd zou zijn, wordt in de eerste vijf boekjaren tot nul teruggebracht, vanaf de eerste dag van het fiscale jaar waarin Staedion binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn valt (dit betreft 2024 tot en met 2028). Dit is vastgelegd in artikel 14.2 van de Wet minimumbelasting 2024, dat aansluit bij artikel 49 van de EU-richtlijn voor Pijler 2. Theoretisch is 2029 dus het eerste jaar waarin de aanvullende belasting verschuldigd is, als er uiteraard aan alle voorwaarden wordt voldaan. Hoeveel aanvullende belasting verschuldigd is, hangt onder andere af van het effectieve belastingtarief (ETR) over 2029 en die is op dit moment nog niet bekend.

4.4.8 ATAD

Sinds 2019 wordt Staedion geraakt door een nieuwe algemene renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting, ook wel de earningsstrippingmaatregel genoemd. Een maatregel die voortvloeit uit de implementatie van de Europese Anti-Taks Avoidance Directive (ATAD). Als gevolg van deze renteaftrekbeperking heeft Staedion over de periode 2019-2025 een bedrag van circa € 198 miljoen aan rentelasten niet kunnen aftrekken van het fiscaal resultaat, waardoor de vennootschapsbelastinglast circa € 51 miljoen hoger is uitgevallen ten opzichte van wanneer de renteaftrekbeperking niet zou gelden. 

De verduurzamings-, onderhouds-, renovatie- en nieuwbouwopgaven die Staedion heeft, worden grotendeels gefinancierd door het aangaan van (nieuwe) leningen. De groei van de leningenportefeuille en de gestegen rentepercentages hebben tot gevolg dat de rentelasten de komende jaren zullen toenemen. Het directe gevolg hiervan is dat de renteaftrekbeperking in de toekomst zal stijgen, wat vervolgens betekent dat de vennootschapsbelastinglast zal toenemen.  

Volgens de meest recente begroting zal de komende tien jaar, op basis van nu geldende wet- en regelgeving, naar verwachting een bedrag aan rentelasten niet aftrekbaar zijn dat oploopt van circa € 51 miljoen in 2026 naar circa € 84 miljoen in 2035 (gemiddeld 67% van de totale rentelasten). Daardoor neemt de extra vennootschapsbelastinglast toe van circa € 13 miljoen in 2026 tot circa € 22 miljoen in 2035 (gemiddeld 66% van de totale vennootschapsbelastinglast). Deze extra last heeft enorme impact op de opgaven die Staedion de komende jaren heeft. 

Staedion is op de hoogte van de diverse voorgenomen initiatieven in de sector om de juridische strijd aan te gaan tegen de algemene renteaftrekbeperking. Staedion heeft in overweging om zich bij één van deze initiatieven aan te sluiten. Ter behoud van rechten zal Staedion daarom bij de nadere motivering van het reeds ingediende bezwaarschrift tegen de aanslag 2019, de bezwaargronden uitbreiden met een bezwaar tegen de algemene renteaftrekbeperking.

4.4.9 Herziening btw-aftrek bij investeringsdiensten

Vanaf 1 januari 2026 treedt de herziening btw-aftrek bij een investeringsdienst in werking. Dit geldt alleen voor een dienst aan een onroerende zaak die meerjarig dienstig is aan de onroerende zaak, de vergoeding voor deze dienst ten minste € 30.000 (exclusief btw) bedraagt en deze dienst op of na 1 januari 2026 in gebruik is genomen.  

Deze aanvullende wetgeving komt bovenop de al bestaande regels voor de herziening btw-aftrek bij roerende en onroerende investeringsgoederen en geldt alleen wanneer Staedion de btw, die bij de aanschaf van investeringsgoederen in rekening is gebracht, in aftrek brengt omdat het investeringsgoed wordt gebruikt voor btw-belaste activiteiten. De herzieningstermijn voor investeringsdiensten is gelijk aan de termijn die geldt voor roerende investeringsgoederen. 

De herzieningsperiode bedraagt voor roerende en onroerende investeringsgoederen respectievelijk vier jaar en negen jaar na het jaar van ingebruikname. In elk jaar van de herzieningsperiode moet Staedion beoordelen of zij het investeringsgoed nog steeds in dezelfde mate gebruikt voor btw-belaste activiteiten als in het jaar van ingebruikname. Herziening van de btw-aftrek bij roerende en onroerende investeringsgoederen vindt in elk jaar telkens plaats voor respectievelijk 1/5 of 1/10 deel van de voorbelasting die oorspronkelijk in aftrek is gebracht.

Een vrouw lacht terwijl ze buiten met andere mensen bezig is aan een tafel.

4.5Ontwikkeling marktwaarde in verhuurde staat

De marktwaarde in verhuurde staat is eind 2025 gewaardeerd op € 7.327 miljoen (2024: € 6.638 miljoen). Daarvan is het DAEB-vastgoed in exploitatie gewaardeerd op € 6.173 miljoen en het niet-DAEB-vastgoed op € 1.154 miljoen. De ontwikkeling van de marktwaarde is te verdelen in de volgende categorieën:  

  • Voorraadmutaties: deze worden veroorzaakt door nieuwopleveringen, aankopen en sloopactiviteiten in 2025. Per saldo stijgt de marktwaarde als gevolg hiervan met € 203 miljoen. Daarnaast zijn er in 2025 eenheden overgeheveld van Niet-DAEB naar DAEB. 
  • Vastgoedgegevens: hieronder vallen onder andere het achterstallig onderhoud, de gestegen contracthuren en de hogere WOZ-waarde. In totaal heeft dit een positief effect van € 172 miljoen op de marktwaarde. Het effect van de gestegen contracthuren bedraagt € 99 miljoen.  
  • Marktontwikkelingen: dit betreft onder andere prijsstijgingen en disconteringsvoeten. Het totale effect van de marktontwikkelingen is een stijging van de marktwaarde met € 313 miljoen. De belangrijkste ontwikkelingen zijn de gestegen leegwaardes en exit yields en gedaalde disconteringsvoeten.
  • Methodische wijzigingen: dit zijn wijzigingen in het Handboek Marktwaardering 2025 ten opzichte van 2024. De belangrijkste wijziging is dat vanaf handboek 2025 een niet-leegstaande eenheid met een contracthuur van € 0 als leegstand moet worden geïnterpreteerd.  

In de volgende tabel wordt per categorie de waardeontwikkeling van het vastgoed weergegeven.

Ontwikkeling van de marktwaarde 2025

Bedragen x € 1 mln.

Marktwaarde ultimo 2024 € 6.638 
Voorraadmutaties € 203 
Vastgoedgegevens € 172 
Marktontwikkelingen € 313 
Methodische wijzigingen € 1 
Marktwaarde ultimo 2025 € 7.327 

4.6Ontwikkeling beleidswaarde

De beleidswaarde speelt een belangrijke rol binnen het toezicht, het gezamenlijk beoordelingskader van de Aw en het WSW en de risicobeoordeling door het WSW. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Staedion. Eind 2025 is de beleidswaarde bepaald op een totaal van € 4.630 miljoen (2024: € 4.292 miljoen), een stijging van 8%. De ontwikkeling van de beleidswaarde is te verdelen in de volgende categorieën:   

  • Voorraadmutaties: deze worden veroorzaakt door nieuwbouwopleveringen, aankopen en sloopactiviteiten in 2025. Per saldo stijgt de beleidswaarde met € 159 miljoen, dit komt met name door de nieuwbouwopleveringen.  
  • Vastgoedgegevens: hieronder vallen onder andere een daling van het achterstallig onderhoud en de gestegen contracthuren. In totaal heeft dit een positief effect van € 235 miljoen op de beleidswaarde.  
  • Marktontwikkelingen: dit betreft onder andere prijsstijgingen (daling) en stijgende disconteringsvoeten. De sociale disconteringsvoet wordt voorgeschreven vanuit het handboek, de disconteringsvoet in de marktwaarde volgt de marktontwikkelingen. De gemiddelde disconteringsvoet doorexploiteren van BOG/MOG/ZOG-eenheden is, als gevolg van marktontwikkelingen, gedaald van 6,58% naar 6,26% (-0,32%-punt). Dit zorgt voor een stijging van de beleidswaarde met € 5 miljoen. De sociale disconteringsvoet van woongelegenheden met classificatie DAEB, is gestegen van 4,17% naar 4,22% (0,05%-punt). De sociale disconteringsvoet van woongelegenheden met classificatie Niet-DAEB is gestegen van 4,70% naar 4,76% (0,06%-punt). Dit zorgt voor een daling van de beleidswaarde met € 48 miljoen. Het totale effect van de marktontwikkelingen is een daling van de beleidswaarde met € 13 miljoen. 
  • Methodische wijzigingen: dit zijn wijzigingen in het Handboek Marktwaardering 2025 ten opzichte van 2024. De belangrijkste wijziging is dat vanaf handboek 2025 een niet-leegstaande eenheid met een contracthuur van € 0 als leegstand moet worden geïnterpreteerd.   
  • Parameters beleidswaarde: dit betreft onder andere de gemiddelde beleidshuren, de onderhouds- en beheernorm. Per saldo zorgt deze effecten voor een daling van € 44,2 miljoen. De onderverdeling is als volgt:
  1. De beleidshuren zijn gestegen met 3,5%, in lijn met de stijging van de huurgrenzen waar de streefhuren bij Staedion op gebaseerd zijn. Deze stijging zorgt voor een stijging in de beleidswaarde van € 211,7 miljoen.  
  2. De gemiddelde reguliere huurstijging voor 60 jaar is gestegen van 2,04% naar 2,07%. Deze stijging zorgt voor een stijging van € 5,7 miljoen in de beleidswaarde. 
  3. De gemiddelde beheerlasten zijn, ten opzichte van de vorige jaarrekening, gestegen in de prognose met 4,5% als gevolg van de gestegen belastingen, verzekeringen en bedrijfslasten. Deze stijging zorgt voor een daling van € 67 miljoen in de beleidswaarde. 
  4. De gemiddelde onderhoudslasten zijn gestegen in de prognose met 3,9%. De stijging zorgt voor een daling van € 194,6 miljoen in de beleidswaarde. 

Ontwikkeling van de beleidswaarde 2025

Bedragen x € 1 mln.

Beleidswaarde ultimo 2024 € 4.292 
Voorraadmutaties € 159
Vastgoedgegevens € 235
Marktontwikkelingen € -13
Methodische wijzigingen € 1
Parameters beleidswaarde € -44
Beleidswaarde ultimo 2025 € 4.630 

4.7Financiële jaarresultaten

Resultaat

Het nettoresultaat is in 2025 € 495 miljoen positief, een lichte daling ten opzichte van 2024 (€503 miljoen positief). Deze daling komt vooral door een daling van € 21 miljoen in de ongerealiseerde waardeverandering van de vastgoedportefeuille naar €437 miljoen positief (2024: € 458 miljoen) in combinatie met een stijging van € 14 miljoen in het netto exploitatieresultaat van de vastgoedportefeuille naar € 156 miljoen (2024: € 142 miljoen).

Operationeel resultaat

Het resultaat vóór belastingen, exclusief waardeveranderingen, is € 71,4 miljoen (2024: € 65,3 miljoen). De huuropbrengsten stegen in 2025 met € 16,4 miljoen (5,7%) naar € 302,9 miljoen. 

De onderhoudslasten kwamen uit op € 104,6 miljoen (2024: € 105,2 miljoen). Deze daling komt voornamelijk door een afname van planmatig onderhoud vanwege minder uitgevoerde werkzaamheden door met name vertraging in opdrachtverstrekkingen. De kosten voor leefbaarheid stegen naar € 14,7 miljoen (2024: € 13,8 miljoen).

De loonkosten stegen met € 3,7 miljoen naar € 41,7 miljoen (2024: € 37,9 miljoen). Deze stijging wordt veroorzaakt door de cao-loonsverhoging.

Illustratie van een persoon op een step in een stedelijke omgeving.

Leningen en rentelasten

In 2025 sloten we € 112,5 miljoen aan nieuwe leningen af, waarvan € 10 miljoen commerciële financiering. Het gemiddelde rentepercentage over de gehele portefeuille daalde licht (van 2,95% in 2024 naar 2,93% in 2025). Dit komt doordat de in 2024 en 2025 beëindigde leningen en swaps gemiddelde rentes hadden van meer dan 4%, terwijl de in die jaren gestarte leningen gemiddelde rentes hadden onder de 4%. De leningenportefeuille groeide met ongeveer € 43,9 miljoen, wat de rentelasten verhoogde met € 4,3 miljoen naar € 67,7 miljoen.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen is in 2025 gestegen met €495,5 miljoen naar € 4.997,7 miljoen (2024: € 4.502,2 miljoen), als gevolg van het positieve resultaat. Voor meer details verwijzen we naar de jaarrekening. 

Subsidies

De interne subsidiecoördinator van Staedion werkt samen met diverse afdelingen om optimaal gebruik te maken van subsidies bij het behalen van onze volkshuisvestelijke doelen. Dit kunnen directe of indirecte financiële bijdragen zijn van gemeente, provincie, het Rijk of andere instanties, maar ook fiscale voordelen of legeskortingen. In 2025 ontving Staedion € 1,1 miljoen aan subsidies. Dit helpt om de onrendabele top van projecten te verkleinen en de doelen uit het ondernemingsplan te realiseren. 

Maarten Dannenberg

Van een paar duizend tot een miljoen: elke subsidie telt

Sinds 2023 heeft Staedion een subsidiecoördinator. Zijn doel: zorgen dat Staedion geen enkele subsidiemogelijkheid mist en collega’s ontzorgen bij het aanvragen en afhandelen van subsidies. 

“Ik speur continu naar regelingen die passen bij projecten in de hele organisatie. Dat varieert van grote nieuwbouw- en renovatiesubsidies tot bijdragen voor duurzaamheidsprojecten, bijvoorbeeld collectieve warmtepompen, groene daken of wasmachines op regenwater. Maar ook regelingen voor bijvoorbeeld praktijkleren of loonkostensubsidies voor medewerkers met een arbeidsbeperking. Soms gaat het om een subsidie van een paar duizend euro, soms om een miljoen.” 

“Naast directe subsidies zoek ik ook naar fiscale voordelen, zoals de energie-investeringsaftrek die zorgt voor belastingvoordeel bij duurzame investeringen. En tot voor kort konden we legeskortingen krijgen bij vergunningaanvragen voor duurzame projecten en bouw van sociale huurwoningen” 

“Ik heb het proces strak georganiseerd. Twee keer per jaar spreek ik met een groot aantal collega’s om alle lopende en toekomstige projecten door te nemen. Zo zie ik snel waar kansen liggen. Ik bereid dan samen met de collega's aanvragen voor, bewaak deadlines, onderhoud contact met subsidieverstrekkers en stel de verantwoording op. Door deze manier van werken, mist Staedion als het goed is geen subsidiemogelijkheden meer.” 

Maarten Dannenberg - subsidiecoördinator 

4.8Blik vooruit

Staedion zet vol in om haar ambities de komende jaren te realiseren. We leveren een belangrijke bijdrage aan de beschikbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheidsopgave in de regio. Voor de komende vijf jaar blijven de ratio’s binnen de grenswaarden van WSW/Aw. Hiermee is onze financiële continuïteit gewaarborgd. We voelen een verantwoordelijkheid naar al onze huurders en medewerkers om ook op lange termijn financieel gezond te blijven. We blijven ons volop inzetten om zowel de volkshuisvestelijk opgave te realiseren als op de lange termijn financieel gezond te blijven.